ECLI:NL:CRVB:2025:1267
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WIA-zaken
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering en diende een medisch deskundigenrapport in. Het UWV reageerde met een verweerschrift en eigen deskundigenrapporten. Na behandeling van de zaak en aanvullende rapportages nam het UWV een gewijzigde beslissing die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.
Hierop trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van de gemaakte proceskosten. De Raad stelde vast dat het UWV reeds de kosten van bezwaar had vergoed, maar dat appellant nog kosten had gemaakt in beroep en hoger beroep.
De Raad beoordeelde de redelijkheid van de gevorderde kosten, wees het verzoek tot vergoeding van kosten voor het meenemen van een deskundige naar de rechtbankzitting af wegens gebrek aan bewijs, en begrootte de proceskosten voor rechtsbijstand en medisch deskundigenkosten. Tevens werd het griffierecht toegewezen.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van een totaalbedrag van € 6.895,96 aan proceskosten en de vergoeding van het griffierecht van € 181,-. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 14 augustus 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 6.895,96 aan proceskosten en € 181,- aan griffierecht aan appellant.