ECLI:NL:CRVB:2025:1255

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 augustus 2025
Publicatiedatum
21 augustus 2025
Zaaknummer
24/1061-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending medewerkingsverplichting door niet verschijnen

Appellant had een aanvraag om bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Tilburg. Het college wees deze aanvraag af omdat appellant driemaal niet was verschenen op uitnodigingen voor gesprekken die noodzakelijk waren om het recht op bijstand vast te stellen.

Appellant stelde dat zijn psychische beperkingen hem verhinderd hadden om zijn post tijdig te openen en hulp van derden in te schakelen. De Raad overwoog echter dat appellant zelf verantwoordelijk is voor het openen van zijn post en het inschakelen van hulp indien nodig. Uit het dossier bleek dat appellant daadwerkelijk hulp van een begeleidster ontving die hem onder meer hielp met het beheren van zijn post en hem een derde kans gaf om op gesprek te verschijnen.

De Raad concludeerde dat het niet verschijnen aan appellant kan worden tegengeworpen en bevestigde de afwijzing van de bijstandsaanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd wegens schending van de medewerkingsverplichting door niet verschijnen op gesprekken.

Uitspraak

24.1061-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 26 maart 2024, 23/3318 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)
Datum uitspraak: 12 augustus 2025
Zitting heeft: E.C.E. Marechal
Griffier: M. Ramanand
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 12 augustus 2025. Partijen zijn niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
1. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
2. Het college heeft aannemelijk gemaakt dat appellant door tot driemaal toe niet op een gesprek te verschijnen de op hem rustende medewerkingsverplichting, als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Participatiewet heeft geschonden. Hierdoor kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De aanvraag om bijstand is dan ook terecht afgewezen. Daartoe wordt als volgt overwogen.
3. Niet in geschil is dat appellant de drie uitnodigingsbrieven op het door hem opgegeven woonadres heeft ontvangen en dat hij steeds, zonder bericht, niet naar de gesprekken is gekomen. Evenmin is in geschil dat een gesprek met appellant noodzakelijk was voor het vaststellen van het recht op bijstand, aangezien hij onder meer de nodige duidelijkheid diende te geven over zijn woon- en leefsituatie, en dat hij in staat was om te verschijnen en het gesprek te voeren.
4. Ter beoordeling ligt voor of het niet verschijnen aan appellant kan worden tegengeworpen. Appellant stelt zich namelijk op het standpunt dat hij gezien zijn psychische problemen niet in staat was om zijn brievenbus in de gaten te houden en de uitnodigingen tijdig te lezen of om hulp van derden in te schakelen.
5. Onder bepaalde omstandigheden kan het weigeren van de medewerking de betrokkene niet worden tegengeworpen. Dat kan het geval zijn indien de betrokkene niet in staat is om de medewerking te verlenen door een oorzaak die buiten zijn risicosfeer ligt. [1] Die situatie doet zich hier niet voor. Daarbij is het volgende van belang.
6. Appellant is zelf verantwoordelijk voor het tijdig openen van zijn post. Als hij daar door zijn psychische beperkingen niet toe in staat was, lag het op de weg van appellant daarbij de hulp van derden in te roepen. Als de hulp die appellant kreeg niet afdoende was, dan had hij voor extra hulp moeten zorgen. [2] Appellant heeft niet onderbouwd en aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat was om hulp in te schakelen. Dit volgt niet uit de door hem overgelegde medische stukken. Uit de stukken van het geding blijkt dat appellant ook daadwerkelijk hulp van derden, waaronder een begeleidster ontving. Zij hielp hem onder meer met het beheren van zijn post. Door tussenkomst van die begeleidster kreeg appellant ook nog een derde kans en uitnodiging om op gesprek te verschijnen. De begeleidster wist dat appellant wederom een uitnodiging zou ontvangen. Dat appellant steeds niet tijdig op de hoogte is geraakt van de uitnodigingen komt dan ook voor zijn risico en rekening.
7. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M. Ramanand (getekend) E.C.E. Marechal

Voetnoten

1.Vergelijk de uitspraak van 13 april 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:938.
2.Vergelijk de uitspraak van 25 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:679.