ECLI:NL:CRVB:2025:1239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant, die sinds 2015 ziekgemeld is met lichamelijke en psychische klachten, kreeg in 2018 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door het UWV, inclusief medisch en arbeidskundig onderzoek, werd vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waarop de WIA-uitkering per 27 maart 2021 werd beëindigd.
Appellant voerde aan dat zijn psychische beperkingen ernstiger zijn dan door het UWV aangenomen, ondersteund door een psychiatrisch rapport van Stichting PsyNovo. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater als deskundige, die concludeerde dat appellant leed aan een dysthyme of persistente depressieve stoornis met aanvullende beperkingen, welke zijn opgenomen in een aangepaste functionele mogelijkhedenlijst.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep stelde dat de geselecteerde functies, aangepast aan de nieuwe beperkingen, passend zijn voor appellant. De Raad oordeelde dat het UWV de WIA-uitkering terecht heeft beëindigd en dat het bezwaar van appellant ongegrond is. Het gebrek aan voldoende onderbouwing in het bestreden besluit is gepasseerd omdat appellant hierdoor niet is benadeeld.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het bezwaar van appellant ongegrond verklaarde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.