ECLI:NL:CRVB:2025:1238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische motivering beperkingen
Appellante had een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV werd geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarbij werd aangenomen dat appellante op 16 maart 2022 met anderen kon werken op 1,5 meter afstand. Appellante stelde echter dat zij door haar psychische klachten niet in staat was om met anderen samen te werken en ook vervoersbeperkingen had.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de beperkingen onvoldoende had gemotiveerd. De medische beoordeling was gebaseerd op een onjuiste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), waarbij ten onrechte werd aangenomen dat appellante op 1,5 meter afstand kon werken. De Raad concludeerde dat appellante op de datum in geding niet in staat was om met anderen aanwezig te zijn op de werkplek en dat ook de vervoersbeperkingen onvoldoende waren meegenomen.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en gaf het UWV opdracht om binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet opnieuw beslissen over de WIA-uitkering met correcte medische motivering.