ECLI:NL:CRVB:2025:1192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering vanwege bereiken pensioengerechtigde leeftijd bevestigd
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te beëindigen per 1 mei 2023, omdat hij de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het besluit uitsluitend betrekking had op de beëindiging van de uitkering vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat hij in 2005 in enkele maanden had gewerkt waarvoor hij geen loon en WAO-uitkering had ontvangen, en dat zijn arbeidsregistratie onjuist was. De Raad overwoog dat deze gronden niet relevant zijn voor het bestreden besluit, dat alleen ziet op de beëindiging van de WAO-uitkering vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Omdat het hoger beroep niet slaagde, kreeg appellant ook geen vergoeding van proceskosten. De beslissing werd genomen door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 augustus 2025.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering per 1 mei 2023 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.