Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.628,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 188,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Aarsman, hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juni 2024. Het Uwv had op 20 mei 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarop appellant op 27 mei 2025 het hoger beroep heeft ingetrokken. Tegelijkertijd heeft appellant verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten. De Centrale Raad van Beroep heeft besloten dat een zitting niet nodig was, aangezien partijen geen bezwaar hadden tegen deze werkwijze.
De Raad heeft overwogen dat op basis van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, het bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de kosten als het bestuursorgaan tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroepschrift. Aangezien het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen, is het Uwv veroordeeld in de proceskosten die appellant heeft moeten maken. De kosten zijn begroot op € 3.628,-, inclusief griffierecht van € 188,-.
De uitspraak is gedaan door T. Dompeling, in tegenwoordigheid van griffier D. Kovac, en is openbaar uitgesproken op 6 augustus 2025.