ECLI:NL:CRVB:2025:1180
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdig betalen griffierecht in WAJONG-zaken
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald en het beroepschrift te laat was ingediend.
Appellant stelde verzet in en gaf aan ziek te zijn, schulden te hebben en recent een bijstandsuitkering te ontvangen, waardoor hij het griffierecht niet kon betalen. Tevens gaf hij aan niet op de hoogte te zijn geweest van de mogelijkheid om een verzoek tot betalingsonmacht in te dienen.
De Raad oordeelde dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden opheffen. Ook kon appellant niet verklaren waarom het beroepschrift te laat was ingediend. De brief van 10 januari 2024 had appellant gewezen op de mogelijkheid tot ontheffing van griffierechtbetaling.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 28 juli 2025.
Uitkomst: Het verzet van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht en het te laat indienen van het beroepschrift.