ECLI:NL:CRVB:2025:1178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.H. Sanders
- B. Serno
- C.W.C.A. Bruggeman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens onvoldoende vastgestelde blijvende zorgbehoefte
Appellant, geboren in 2015 met een ontwikkelingsachterstand en gedragsproblemen, vroeg in juni 2021 langdurige zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wees de aanvraag af omdat onvoldoende kon worden vastgesteld dat er sprake was van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat het CIZ voldoende had gemotiveerd dat de blijvende zorgbehoefte niet kon worden vastgesteld, mede omdat nog nadere diagnostiek moest plaatsvinden en mogelijke behandelingen nog niet waren afgerond. Appellant voerde aan dat zijn situatie duurzaam was en verwees naar een IQ-test en een brief van een kinderarts, maar kon niet aantonen dat zijn beperkingen blijvend waren in de beoordelingsperiode.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat appellant in de beoordelingsperiode van juni 2021 tot april 2022 weliswaar was aangewezen op 24 uur zorg, maar dat de blijvendheid daarvan niet kon worden vastgesteld. Nieuwe informatie dateert van na deze periode en kan daarom niet leiden tot een andere conclusie. Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot afwijzing van de Wlz-aanvraag blijft in stand.