Uitspraak
12 juni 2024, 23/7747
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellant is tweemaal schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €138,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding tot verder onderzoek of proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 januari 2025.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld door belanghebbenden of het bestuursorgaan, met mogelijkheid tot hoorzitting.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.