ECLI:NL:CRVB:2025:1152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reparatiekosten carport en veranda wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de reparatiekosten van een carport en veranda, maar het college wees deze aanvraag af omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand.
In hoger beroep stelde appellant dat het college ten onrechte geen bijzondere bijstand had toegekend. De Raad overwoog dat volgens artikel 35 van Pro de Participatiewet eerst moet worden vastgesteld of de kosten zich voordoen, vervolgens of ze noodzakelijk zijn en of ze voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan bijzondere bijstand worden toegekend.
Appellant kon niet aannemelijk maken dat er sprake was van bijzondere omstandigheden. Hij woonde sinds 2017 in het uitkeringsadres en ontving sindsdien bijstand. De zichtbare problemen aan de carport en veranda ontstonden in 2018, maar de aanvraag werd pas in 2022 gedaan. Bankafschriften toonden aan dat appellant in de tussentijd in staat was te reserveren voor incidentele kosten.
Daarom oordeelde de Raad dat de reparatiekosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en bevestigde de afwijzing van de aanvraag. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd op 22 juli 2025 gedaan door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor reparatiekosten wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.