ECLI:NL:CRVB:2025:1139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart op basis van medische adviezen GGD bevestigd
Appellante, bekend met fibromyalgie en pijnklachten, vroeg in augustus 2021 een gehandicaptenparkeerkaart aan. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag in maart 2022 af, omdat volgens medische adviezen van de GGD zij zich met gebruikelijke loophulpmiddelen zelfstandig over meer dan honderd meter kon voortbewegen.
Appellante maakte bezwaar, maar dit werd in november 2022 ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel in juni 2023, stellende dat de GGD-adviezen zorgvuldig en objectief waren opgesteld en dat appellante onvoldoende medische onderbouwing leverde voor haar loopbeperking.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar situatie verslechterd was en dat de GGD onvoldoende rekening had gehouden met haar klachten. De Raad oordeelde echter dat de beoordeling zich beperkte tot de periode tot het bestreden besluit in november 2022. De medische stukken uit 2024 en 2025 konden daarom niet worden meegewogen.
De Raad concludeerde dat het college terecht de aanvraag had afgewezen op basis van de medische adviezen van de GGD, die geen aanleiding gaven tot twijfel. Het hoger beroep werd afgewezen en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de gehandicaptenparkeerkaart wordt bevestigd op basis van de medische adviezen van de GGD.