Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die zich ziekmeldde met lichamelijke klachten en een ZW-uitkering ontving, werd na een toetsing door het UWV beoordeeld als voldoende belastbaar om passende functies te verrichten. Het UWV beëindigde daarom de ZW-uitkering per 17 juni 2023. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en stelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren ingeschat.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, dat het dagverhaal onvoldoende was onderzocht, en dat er onterecht geen urenbeperking was aangenomen. Ook stelde hij dat de geselecteerde functies niet geschikt waren vanwege fysieke beperkingen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek van de artsen van het UWV zorgvuldig en volledig was, en dat de medische en arbeidskundige beoordelingen goed waren gemotiveerd.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat appellant niet meer dan 35% arbeidsongeschikt was en dat de functies passend waren binnen zijn belastbaarheid. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel aan de beoordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de beëindiging van de ZW-uitkering bleef in stand en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 17 juni 2023 en wijst het hoger beroep en verzoek om schadevergoeding af.