ECLI:NL:CRVB:2025:1089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft zich ziekgemeld na een ongeval en een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Het UWV heeft geweigerd deze toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Na bezwaar en beroep bleef dit besluit in stand. Appellant stelde dat hij meer beperkingen heeft dan erkend en dat hij overdag moet slapen vanwege zijn aandoening, wat een urenbeperking rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelde dat de medische beperkingen en de arbeidsongeschiktheid juist waren vastgesteld en dat het advies om overdag te slapen niet medisch onderbouwd was op de peildatum. De geselecteerde functies bleken passend binnen de beperkingen van appellant. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd.
De Raad wees ook het verzoek van appellant af om proceskosten toe te kennen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 5 september 2024 blijft daarmee ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.