Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzet gegrond;
- veroordeelt het college in de proceskosten van het verzet van € 907,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar dit werd door de Centrale Raad van Beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te late indiening. Appellante stelde verzet in tegen deze beslissing, stellende dat zij het beroepschrift tijdig had ingediend nadat zij de uitspraak per gewone post op 26 juni 2024 had ontvangen.
De Raad onderzocht of er een afhaalbericht was achtergelaten bij het huisadres van appellante, wat niet het geval bleek te zijn. Hoewel de uitspraak op regelmatige wijze was aangeboden, moest worden beoordeeld of appellante voldoende snel had gereageerd na ontvangst van de gewone post. Appellante ging binnen drie weken na ontvangst naar haar gemachtigde, die pro forma beroep instelde, waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar werd geacht.
De Raad verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en vervolgde de procedure. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van het verzet, vastgesteld op €907,-. Hiermee werd appellante in haar rechten hersteld en kon het hoger beroep inhoudelijk worden behandeld.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vervalt en de procedure wordt voortgezet.