ECLI:NL:CRVB:2025:1048
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht ondanks duidelijke waarschuwing
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar werd kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Tegen deze beslissing heeft appellant verzet ingesteld. Tijdens de zitting gaf appellant aan dat hij de nota voor het griffierecht had verward met andere brieven van het UWV en dat zijn mentale gesteldheid en het gebruik van antidepressiva hem belemmerden de brieven te begrijpen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat appellant zelf verantwoordelijk is voor een zorgvuldige omgang met zijn post. De brieven met de nota en herinnering voor het griffierecht droegen een duidelijk logo van de rechtspraak en bevatten heldere informatie over de betalingstermijn en de consequenties van niet-betaling. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn geestelijke gesteldheid of medicijngebruik hem verhinderde de brieven te begrijpen.
Daarom verklaart de Raad het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 juli 2025.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het niet aannemelijk maken van onvermogen om de brieven te begrijpen.