ECLI:NL:CRVB:2025:1036
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant over een WAJONG-zaak. Tijdens de procedure werd een deskundigenrapport uitgebracht en het UWV nam een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan veroordeeld kan worden in de kosten indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan de indiener tegemoet is gekomen. De proceskosten werden begroot op € 4.081,50 voor verleende rechtsbijstand en € 184,- voor griffierecht.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed. Het UWV had de kosten van bezwaar reeds vergoed. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2025 door S.B. Smit-Colenbrander.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.