Uitspraak
27 januari 2025, 24/829
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €143,- binnen een gestelde termijn. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet betaald.
De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.F. Wagner, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2025.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De indiener van het verzetschrift kan verzoeken om gehoord te worden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.