ECLI:NL:CRVB:2025:10
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken ingezetenschap op achttiende verjaardag
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan, maar het UWV weigerde deze omdat zij op haar achttiende verjaardag niet in Nederland of een land van de EU, EER of Zwitserland woonde. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd van haar ingezetenschap op die datum.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel degelijk recht had op de uitkering en overhandigde foto’s als bewijs. De Centrale Raad van Beroep onderzocht of appellante op haar achttiende verjaardag als ingezetene van Nederland kon worden beschouwd. De Raad concludeerde dat de verklaring van een stichting en de foto’s onvoldoende waren om een duurzame persoonlijke band met Nederland aan te tonen.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellante sinds 10 september 2004 was uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen en naar Ghana was vertrokken voor medische behandeling, zonder aannemelijk te maken dat zij op haar achttiende verjaardag in Nederland verbleef. Het hoger beroep werd afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante op haar achttiende verjaardag niet als ingezetene van Nederland kan worden aangemerkt.