ECLI:NL:CRVB:2024:982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijstandsverlening met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante vroeg bijstand aan met terugwerkende kracht tot 22 december 2021, terwijl zij zich op 31 december 2021 meldde. Het college kende bijstand toe vanaf 1 februari 2022, na bezwaar. De periode tussen melding en toekenning werd afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden die terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat alimentatie en contante bedragen die appellante ontving in december 2021 en januari 2022 als inkomen moeten worden beschouwd, waardoor geen recht op bijstand over die periode bestaat. Daarnaast werd het beroep op leningen als bron van levensonderhoud niet aannemelijk geacht, omdat terugbetalingsverplichtingen niet concreet en verifieerbaar waren.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de leningen wel aannemelijk waren, maar de Raad volgde dit niet. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, het verzoek om bijstand met terugwerkende kracht afgewezen en geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om bijstandsverlening met terugwerkende kracht wordt afgewezen en bijstand wordt toegekend vanaf 1 februari 2022.