Appellant meldde zich in 2009 ziek vanwege psychische klachten en ontving vanaf 2011 diverse WGA-uitkeringen. In 2018 vroeg hij een WIA-uitkering aan met een diagnose autismespectrumstoornis (ASS). Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe met 100% arbeidsongeschiktheid, maar stelde later vast dat deze niet duurzaam was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat verbetering mogelijk was door een specifieke PTSS-behandeling gekoppeld aan ASS-begeleiding.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat eerdere behandelingen geen blijvend resultaat hadden en dat zijn klachten, waaronder slaapstoornissen, zwaarwegend zijn. De Raad liet een deskundige rapporteren, die concludeerde dat verbetering mogelijk was door behandeling, waaronder psycho-educatie en cognitieve gedragstherapie. De Raad vond het deskundigenrapport zorgvuldig en overtuigend en verwierp de bezwaren van appellant tegen de onafhankelijkheid van de deskundige.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de IVA-uitkering weigerde omdat de volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.