Uitspraak
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade in de vorm van wettelijke rente af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig kok, meldde zich in 2017 ziek en vroeg in 2019 een WIA-uitkering aan. Het UWV wees de aanvraag in 2020 af op basis van medische en arbeidskundige rapporten. Na bezwaar handhaafde het UWV het besluit in 2021. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond in oktober 2022.
In hoger beroep stelde appellant dat de medische beoordeling onvoldoende was, dat hij meer beperkingen had, en dat de geselecteerde functies zijn belastbaarheid overschreden. Ook stelde hij dat het beginsel van equality of arms was geschonden. De Raad concludeert dat de medische en arbeidskundige rapporten zorgvuldig en voldoende gemotiveerd zijn, en dat er geen aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid of onjuiste aannames.
De Raad oordeelt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de geselecteerde functies passend zijn. Er is geen grond voor een urenbeperking of schadevergoeding. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.