ECLI:NL:CRVB:2024:94
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 15 juni 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming in bezwaar kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten die in beroep en hoger beroep zijn gemaakt.
De Raad stelde vast dat het UWV reeds kosten had vergoed in de bezwaarfase en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep ter hoogte van € 3.407,71, inclusief een gedeeltelijke vergoeding van deskundigenkosten en reiskosten. Tevens werd het griffierecht van € 185,- vergoed.
De uitspraak werd gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier M.D.F. de Moor, op 17 januari 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht aan appellant na intrekking van het hoger beroep.