ECLI:NL:CRVB:2024:915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na eerstejaars beoordeling bevestigd
Appellante was ziekgemeld sinds 21 september 2020 en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundige selecteerde passende functies. Het UWV beëindigde de uitkering per 10 september 2022 omdat appellante meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen in de FML correct waren vastgesteld. Ook de arbeidsdeskundige had gemotiveerd toegelicht dat de geselecteerde functies geschikt waren, waarbij opleiding en taalvaardigheid van appellante werden meegewogen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de beperkingen onderschat waren, met name op psychisch en fysiek gebied, en dat zij niet aan de opleidingseisen voldeed. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de eerdere beoordeling en concludeerde dat de medische en arbeidskundige gronden voldoende waren. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 10 september 2022 wordt bevestigd.