ECLI:NL:CRVB:2024:89
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV over een WIA-uitkering. Het UWV nam op 17 juli 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin het tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierop trok appellant het hoger beroep in. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV op verzoek van appellant veroordeeld kan worden in de proceskosten vanwege de intrekking van het beroep.
De Raad stelde vast dat de proceskostenvergoeding voor zowel de behandeling van het beroep als het hoger beroep redelijk was en begrootte deze op €1.750,- per procedure. Daarnaast kwamen ook de kosten van een door appellant ingeschakelde deskundige, het Expertise Instituut, voor vergoeding in aanmerking omdat het inschakelen van deze deskundige redelijk was en het rapport betrekking had op de relevante datum van 13 maart 2020.
De Raad wees de stelling van het UWV af dat deze kosten buiten de omvang van het geding vielen. De vergoeding van deskundigenkosten werd vastgesteld conform het Besluit tarieven in strafzaken 2003, met een maximum van €134,04 per uur. De totale proceskostenvergoeding bedroeg €5.608,45, exclusief griffierechten, die ook door het UWV moesten worden vergoed. De uitspraak werd gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen op 17 januari 2024.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant na intrekking van het hoger beroep.