Verzoeker ontving sinds 2011 bijstand en kreeg deze per 8 februari 2023 ingetrokken vanwege het niet verstrekken van informatie over verblijf in het buitenland. Na een voorlopige voorziening werd dit besluit ingetrokken, maar later werd de bijstand opnieuw opgeschort en uiteindelijk ingetrokken per 27 juni 2023 omdat verzoeker niet de gevraagde gegevens over zijn financiële situatie en woonsituatie verstrekte.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond en wees verzoeken om voorlopige voorziening af. Verzoeker stelde dat het college zijn bevoegdheden misbruikte en dat de eerdere schorsing van het intrekkingsbesluit door de voorzieningenrechter doorwerkt op het latere besluit, wat de Raad verwerpt.
De Raad oordeelt dat het college bevoegd was het recht op bijstand in te trekken, dat de eerdere voorlopige voorziening niet ziet op het latere besluit en dat geen misbruik van bevoegdheden is gebleken. Het hoger beroep slaagt niet, de intrekking blijft in stand, en verzoeken om voorlopige voorziening en schadevergoeding worden afgewezen.