ECLI:NL:CRVB:2024:879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep over herzieningsverzoek AOW-besluit
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin een verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak over een AOW-besluit was afgewezen. De rechtbank had het herzieningsverzoek afgewezen omdat de reden voor herziening niet binnen het wettelijke kader van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) viel.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat zij in beginsel bevoegd is om kennis te nemen van hoger beroep tegen uitspraken over herzieningsverzoeken, tenzij het herzieningsverzoek betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:104, tweede en vierde lid, van de Awb. In dat geval is hoger beroep uitgesloten.
Omdat het herzieningsverzoek in deze zaak betrekking had op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb, en op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb tegen de aangevallen uitspraak geen hoger beroep mogelijk is, verklaarde de Raad zich onbevoegd. Appellante had verzocht om financiële hulp op grond van het AOW-pensioen van haar overleden echtgenoot, maar de procedure kon niet verder worden behandeld door de Raad.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de uitspraak over het herzieningsverzoek.