ECLI:NL:CRVB:2024:85
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding in bestuursrechtelijke zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De aangevallen uitspraak is op 30 november 2021 per aangetekende post aan partijen toegezonden, waarmee de beroepstermijn van zes weken is gestart.
Het beroepschrift is echter pas op 3 november 2022 via het digitaal postvak ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn. Appellant stelde dat hij de uitspraak niet per post had ontvangen en pas op 22 september 2022 via e-mail van de rechtbank op de hoogte was gebracht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in verzuim was. De rechtbankstukken tonen aan dat de uitspraak correct is verstuurd en niet retour is gekomen. Zonder verder onderzoek wordt het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in aanwezigheid van griffier F.J.T. Beenakker, en uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift.