ECLI:NL:CRVB:2024:82

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 januari 2024
Publicatiedatum
17 januari 2024
Zaaknummer
23/2594 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in bestuursrechtelijke zaak

Het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat in strijd is met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Centrale Raad van Beroep heeft het college meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de beroepsgronden alsnog binnen gestelde termijnen in te dienen.

Ondanks herhaalde aanmaningen en verlengingen heeft het college geen gronden aangeleverd. De Raad heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Tevens is bepaald dat het college een griffierecht van € 548,- moet betalen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, op 16 januari 2024. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het college wordt een griffierecht van € 548,- opgelegd.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 januari 2024
23/2594 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 25 juli 2023, 23/659
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente (college)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Het college heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 21 september 2023 is het college in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Het college heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 23 oktober 2023 is aan het college nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is het college erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld. De Raad heeft deze brief retour ontvangen met de vermelding: “Niet afgehaald; retour afzender”.
De Raad heeft deze brief op 14 november 2023 nogmaals ter herinnering aan het college toegezonden. Daarbij is het college erop gewezen dat met deze nieuwe toezending geen nieuwe termijn is gaan lopen.
Het college heeft de geboden termijn wederom ongebruikt voorbij laten gaan.
Vastgesteld wordt dat het college geen gronden van beroep heeft ingediend. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Nu de aangevallen uitspraak in stand blijft, dient van het college een griffierecht van
€ 548,- te worden geheven.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:
  • verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat van het college een griffierecht van € 548,- wordt geheven.
Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2024.
(getekend) J.J. Janssen
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.