Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft op 6 oktober 2020 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering wegens rugklachten. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek geconcludeerd dat zij over arbeidsvermogen beschikt en heeft de uitkering geweigerd. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd na een zorgvuldige beoordeling van medische rapporten en arbeidskundige adviezen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geen arbeidsvermogen heeft vanwege constante pijn, medicatiegebruik en ongeschiktheid voor de voorbeeldtaak scannen. De Raad overweegt dat deze bezwaren reeds door de rechtbank zijn beoordeeld en gemotiveerd verworpen. De medische en arbeidskundige onderzoeken tonen aan dat appellante in staat is om ten minste één uur aaneengesloten te werken en vier uur per dag belastbaar is.
De Raad benadrukt dat de voorbeeldtaak scannen een zittende, niet-rugbelastende functie betreft die passend is bij de beperkingen van appellante. Omdat appellante geen nieuwe medische informatie heeft ingebracht die het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ondermijnt, wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft de weigering van de Wajong-uitkering in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.