ECLI:NL:CRVB:2024:752

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 april 2024
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
22/1364 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na toekenning Wajong-uitkering en veroordeling UWV in proceskosten

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een Wajong-uitkering. Het UWV heeft op 25 augustus 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarbij de Wajong-uitkering met ingang van 22 september 2020 werd toegekend en kosten in bezwaar werden vergoed.

Naar aanleiding hiervan heeft appellante op 20 september 2023 het hoger beroep ingetrokken omdat het UWV met deze gewijzigde beslissing volledig aan haar bezwaren tegemoet is gekomen. De Centrale Raad van Beroep heeft op verzoek van appellante het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep.

De proceskostenvergoeding is begroot op € 2.625,-, gebaseerd op punten voor het indienen van beroepschrift en verschijnen ter zitting, en daarnaast dient het UWV het betaalde griffierecht van in totaal € 185,- te vergoeden. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten en de uitspraak is in het openbaar gedaan op 18 april 2024.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens toekenning Wajong-uitkering.

Uitspraak

22/1364 WAJONG
Datum uitspraak: 18 april 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 9 maart 2022, 21/2334 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. E. van den Bogaard, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 25 augustus 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 20 september 2023 heeft mr. Van den Bogaard namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 25 augustus 2023 heeft het Uwv appellante met ingang van 22 september 2020 een Wajong-uitkering toegekend en de kosten in bezwaar vergoed tot een bedrag van € 1.791,-.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan haar bezwaren tegemoet is gekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.750,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 875,-) en op € 875,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 2.625,-.
Ook dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ter hoogte van in totaal € 185,- te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep tot een bedrag van € 2.625,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 185,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door C.F.E. van Olden-Smit, in tegenwoordigheid van E.X.R. Yi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2024.
(getekend) C.F.E. van Olden-Smit
(getekend) E.X.R. Yi