ECLI:NL:CRVB:2024:671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten
Het UWV heeft op 7 mei 2020 de WIA-uitkering van appellant ingetrokken met ingang van 8 juli 2020. Appellant maakte bezwaar, maar het UWV handhaafde het besluit op 23 oktober 2020. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Rotterdam, die het beroep ongegrond verklaarde, maar het UWV vanwege een motiveringsgebrek veroordeelde tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Namens appellant werd hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Het UWV nam op 30 oktober 2023 een nieuwe beslissing op bezwaar, waarin het bezwaar van appellant alsnog gegrond werd verklaard en de WIA-uitkering werd hervat vanaf 8 juli 2020. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV volledig aan appellant tegemoet was gekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de in hoger beroep gemaakte kosten, waaronder een bedrag van € 875,- aan rechtsbijstandskosten en het betaalde griffierecht van € 136,-. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de uitspraak werd openbaar gedaan op 4 april 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht.