ECLI:NL:CRVB:2024:665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant was sinds 2008 volledig arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2020 stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 26 augustus 2021. Appellant voerde aan dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld en dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige motiveerden dat appellant geen ernstige psychiatrische stoornis had en dat de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische gegevens aangeleverd die het oordeel zouden kunnen wijzigen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft beëindigd. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 4 april 2024 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.