ECLI:NL:CRVB:2024:659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht ondanks afgewezen betalingsonmacht
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag en deed een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht. De Raad verzocht appellant meerdere malen om een ingevuld formulier en actuele inkomensverklaring aan te leveren om het beroep op betalingsonmacht te onderbouwen. Appellant stuurde het formulier wel in, maar reageerde niet op het verzoek om aanvullende gegevens.
De Raad wees het beroep op betalingsonmacht af en verzocht appellant het griffierecht van €136,- te betalen binnen de gestelde termijnen. Ondanks herhaalde aanmaningen en waarschuwingen betaalde appellant het griffierecht niet. De Raad concludeerde dat appellant in verzuim was en dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Centrale Raad van Beroep besloot zonder inhoudelijke behandeling het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en afgewezen beroep op betalingsonmacht.