ECLI:NL:CRVB:2024:65
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een WIA-zaak. De ex-werkgever trad als derde-belanghebbende op. Het UWV nam op 17 mei 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad liet het onderzoek ter zitting achterwege op grond van artikel 8:57 Awb Pro en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a Awb kan het bestuursorgaan bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad oordeelde dat het UWV de kosten van appellant voor beroep en hoger beroep redelijkerwijs moet vergoeden.
De proceskostenvergoeding werd begroot op €3.500,-, bestaande uit kosten voor het indienen van beroepschrift en verschijnen ter zitting in zowel beroep als hoger beroep. Daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht van €182,- vergoeden. Vergoeding van kosten rechtsbijstand in bezwaar werd afgewezen wegens niet tijdig verzoek.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €3.500 en het griffierecht van €182 aan appellant.