ECLI:NL:CRVB:2024:603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht in WIA-zaak
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WIA-zaak. De gemachtigde van appellante is tweemaal schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen een gestelde termijn. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante hierdoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander en uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2024.
Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken schriftelijk verzet open bij de Centrale Raad van Beroep. De indiener van het verzetschrift kan verzoeken om te worden gehoord.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.