ECLI:NL:CRVB:2024:594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing AOW-aanvraag wegens onvoldoende verzekeringsduur in Nederland
Appellant heeft op 20 november 2019 een AOW-pensioen aangevraagd, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af omdat appellant minder dan een jaar verzekerd was geweest voor de AOW. Na bezwaar en een beroep bij de rechtbank Amsterdam, die de afwijzing bevestigde, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad onderzocht of appellant in de periode 1978 tot en met 1981 in Nederland had gewoond of gewerkt en daarmee verzekerd was voor de AOW. Appellant overhandigde diverse bewijsstukken, waaronder loonstroken en ziekenfondskaarten, maar deze waren onvoldoende betrouwbaar of toereikend om een langere verzekeringsperiode aan te tonen. De Svb had daarnaast uitgebreid onderzoek verricht bij gemeenten en pensioenfondsen, zonder aanvullende bevindingen.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij langer dan een jaar in Nederland verzekerd was. Daarom is het hoger beroep ongegrond en blijft de afwijzing van de AOW-aanvraag in stand. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De afwijzing van de AOW-aanvraag wordt bevestigd omdat appellant minder dan een jaar verzekerd was geweest in Nederland.