ECLI:NL:CRVB:2024:558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig indienen beroepschrift Wbp
Appellant maakte bezwaar tegen een beschikking van de Sociale verzekeringsbank (Svb) op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945. Na afwijzing van het bezwaar door de Svb op 21 januari 2022, stelde appellant beroep in op 1 juni 2023, ruim na de wettelijke termijn van zes weken.
De Raad overwoog dat de beroepstermijn zes weken bedraagt en begint te lopen de dag na bekendmaking van het bestreden besluit. Het beroepschrift moest uiterlijk 1 maart 2022 worden ingediend. Appellant gaf als reden voor de overschrijding gezondheidsproblemen en mentale klachten, maar dit werd niet als een verschoonbare omstandigheid erkend.
De Raad concludeerde dat appellant in verzuim was omdat hij zich bewust was van de termijn, zoals blijkt uit een handgeschreven aantekening op het besluit. Daarom werd het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en bleef het bestreden besluit in stand. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van het beroepschrift.