ECLI:NL:CRVB:2024:526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar zonder geldige ingebrekestelling
Appellant stelde het college in gebreke en vorderde een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op bezwaarschriften over een aangevraagde uitkering. Het college stelde dat geen dwangsom verschuldigd was omdat geen sprake was van een geldige ingebrekestelling. De rechtbank oordeelde dat uit de ingebrekestelling en begeleidende mail niet kon worden afgeleid dat het college in gebreke was gesteld vanwege het uitblijven van tijdige beslissingen op bezwaar.
Appellant ging tegen deze uitspraak in hoger beroep en voerde aan dat de rechtbank niet had gereageerd op zijn stelling dat hij geen reactie had ontvangen op bezwaarschriften betreffende bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten en verhuiskosten. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant in hoger beroep slechts zijn eerdere standpunten herhaalde zonder nieuwe gronden aan te voeren die het oordeel van de rechtbank zouden kunnen wijzigen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat het college terecht geen dwangsom hoefde te betalen. Tevens wees de Raad het verzoek van appellant voor vergoeding van proceskosten en griffierecht af. De uitspraak is gedaan op 19 maart 2024 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het college is geen dwangsom verschuldigd wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar omdat geen geldige ingebrekestelling is gedaan.