ECLI:NL:CRVB:2024:490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ANW-uitkering wegens niet-verzekerde echtgenoot op overlijdensdatum
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een ANW-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot, die een AOW-pensioen ontving en op [overlijdensdatum] 2021 is overleden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Dit werd bevestigd in een bezwaarprocedure en door de rechtbank Amsterdam.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat voor het recht op een ANW-uitkering vereist is dat de echtgenoot op de overlijdensdatum verzekerd was voor de ANW. Verzekering kan voortvloeien uit wonen of werken in Nederland, een verdrag of vrijwillige verzekering. De echtgenoot woonde en werkte echter niet meer in Nederland en was ook niet verzekerd op grond van de Marokkaanse sociale zekerheidswetgeving of een verdrag, noch vrijwillig verzekerd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij weduwe is en geld nodig heeft voor de verzorging van haar kinderen en zichzelf, maar dit leidt niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigt dat appellante geen nabestaande is in de zin van de ANW en daarom geen recht heeft op een ANW-uitkering. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de ANW-uitkering omdat de echtgenoot op de overlijdensdatum niet verzekerd was.