Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:490

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 februari 2024
Publicatiedatum
14 maart 2024
Zaaknummer
23/3005 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 14 ANWArtikel 1 aanhef en onder d ANWArtikel 13 eerste lid ANWArtikel 13a ANWHoofdstuk 5 ANW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ANW-uitkering wegens niet-verzekerde echtgenoot op overlijdensdatum

Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een ANW-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot, die een AOW-pensioen ontving en op [overlijdensdatum] 2021 is overleden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Dit werd bevestigd in een bezwaarprocedure en door de rechtbank Amsterdam.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat voor het recht op een ANW-uitkering vereist is dat de echtgenoot op de overlijdensdatum verzekerd was voor de ANW. Verzekering kan voortvloeien uit wonen of werken in Nederland, een verdrag of vrijwillige verzekering. De echtgenoot woonde en werkte echter niet meer in Nederland en was ook niet verzekerd op grond van de Marokkaanse sociale zekerheidswetgeving of een verdrag, noch vrijwillig verzekerd.

Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij weduwe is en geld nodig heeft voor de verzorging van haar kinderen en zichzelf, maar dit leidt niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigt dat appellante geen nabestaande is in de zin van de ANW en daarom geen recht heeft op een ANW-uitkering. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de ANW-uitkering omdat de echtgenoot op de overlijdensdatum niet verzekerd was.

Uitspraak

23.3005 ANW

Datum uitspraak: 29 februari 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 september 2023, 22/3002 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] ( Marokko ) (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: M.L. Noort, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: L.C. van Bentum
Partijen zijn niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
De echtgenoot van appellante ontving een AOW [1] -pensioen. Hij is op [overlijdensdatum] 2021 overleden. Met een besluit van 14 oktober 2021 heeft de Svb de aanvraag van appellante om een ANW [2] uitkering afgewezen. De echtgenoot van appellante was op de dag van overlijden namelijk niet verzekerd voor de ANW. Met een besluit van 1 juli 2022 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank overweegt dat om recht te hebben op een ANW-uitkering, iemand nabestaande moet zijn in de zin van de ANW [3] . Nabestaande is de echtgenoot van degene die op de dag van overlijden verzekerd is voor de ANW. Iemand is verzekerd als degene in Nederland woont of werkt [4] . Iemand kan daarnaast verzekerd zijn op grond van een verdrag [5] . Ook kan iemand zich vrijwillig verzekeren voor de ANW [6] . De echtgenoot van appellante is overleden in Marokko en woonde en werkte toen niet meer in Nederland. Ook is onderzocht of de echtgenoot verzekerd was op grond van de Marokkaanse sociale zekerheidswetgeving. Dit was niet het geval. Daarom was de echtgenoot ook niet verzekerd voor de ANW op grond van een verdrag. Hij was ook niet vrijwillig verzekerd voor de ANW. Dit betekent dat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was voor de ANW op de datum van zijn overlijden. Daarom is appellante geen nabestaande in de zin van de ANW. Zij kan dus geen ANW-uitkering krijgen.
Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellante voert aan dat zij de weduwe is van haar overleden echtgenoot en zij voor de kinderen geld nodig heeft om hen te verzorgen. Ook heeft zij geld nodig voor haar eigen verzorging.
Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, is een herhaling van de gronden die zij bij de rechtbank heeft ingebracht. Wat de rechtbank heeft geoordeeld is juist. In het bestreden besluit en in de aangevallen uitspraak is uiteengezet waarom appellante geen ANW-uitkering krijgt. De Raad neemt dit over. Dat appellant verantwoordelijk is voor de kinderen, leidt niet tot een ander oordeel. Het gaat er namelijk om dat haar echtgenoot op de datum van overlijden niet was verzekerd voor de ANW. Daarom is appellante geen nabestaande in de zin van de ANW en kan zij dus geen ANW-uitkering krijgen. De aangevallen uitspraak moet dan ook worden bevestigd.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L.C. van Bentum (getekend) M.L. Noort
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

Voetnoten

1.Algemene Ouderdomswet.
2.Algemene Nabestaandenwet.
3.Artikel 14 in Pro samenhang met artikel 1, aanhef en onder d, van de ANW.
4.Artikel 13, eerste lid, van de ANW.
5.Artikel 13a van de ANW.
6.Hoofdstuk 5 van de ANW.