ECLI:NL:CRVB:2024:484

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 maart 2024
Publicatiedatum
13 maart 2024
Zaaknummer
21/2986 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing op bezwaar

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland inzake een socialezekerheidszaak. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.

De Raad heeft op basis van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) overwogen dat bij intrekking van het beroep vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener in de proceskosten kan worden veroordeeld. De kosten zijn begroot conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en omvatten punten voor het indienen van het beroepschrift en het bijwonen van de zitting, alsmede reiskosten.

De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.817,40 aan proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 134,-. De reeds gemaakte kosten in eerste aanleg en bezwaar zijn reeds vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter E.J.J.M. Weyers op 13 maart 2024.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.817,40 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van € 134,- na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

21/2986 ZW
Datum uitspraak: 13 maart 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 8 juli 2021, 20/477 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. K.U.J. Hopman, advocaat, hoger beroep ingesteld.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van de meervoudige kamer van 14 september 2023.
Het Uwv heeft op 20 september 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 25 september 2023 heeft mr. Hopman namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer van de Raad.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 25 september 2023 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.750,- (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting). Daar komt bij € 67,40 aan reiskosten voor de zittingen in beroep in hoger beroep (op basis van de kosten van openbaar vervoer, tweede klasse). De reiskosten van mr. Hopman worden geacht te zijn inbegrepen in de proceskostenveroordeling. De rechtbank heeft al een veroordeling uitgesproken voor de kosten van rechtsbijstand en het griffierecht in eerste aanleg. In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 20 september 2023 zijn de kosten in bezwaar al vergoed.
In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding dus € 1.817,40. Daarnaast zal het Uwv het door appellante voor het hoger beroep betaalde griffierecht moeten vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.817,40;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 134,-vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van N. Zwijnenberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2024.
(getekend) E.J.J.M. Weyers
De griffier is verhinderd te ondertekenen.