ECLI:NL:CRVB:2024:478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om hem een IVA-uitkering toe te kennen per 24 april 2021, omdat volgens hem zijn volledige arbeidsongeschiktheid duurzaam is. Het UWV kende hem een WGA-uitkering toe omdat herstelkansen aanwezig waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de verzekeringsartsen voldoende hadden onderbouwd dat op basis van de ingezette medicamenteuze behandeling en de nog in te zetten EMDR-therapie een meer dan geringe kans op verbetering bestond. De Raad bevestigt dit oordeel.
Appellant voerde aan dat de beperkingen duurzaam zijn vanwege chronische clusterhoofdpijn en PTSS, en dat EMDR-therapie werd gestaakt vanwege negatieve effecten. Hij stelde dat het UWV onvoldoende onderbouwing gaf voor de verwachting van herstel.
De Raad stelt dat de verzekeringsartsen een concrete en navolgbare afweging hebben gemaakt van de medische feiten en omstandigheden. De medische informatie van neuroloog Zwartbol, ingebracht door appellant, biedt geen aanleiding tot een ander oordeel.
Het hoger beroep wordt verworpen, de toekenning van een WGA-uitkering blijft in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de IVA-uitkering en handhaaft de toekenning van een WGA-uitkering.