Uitspraak
20 4244 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
8 april 2019 heeft appellante het Uwv verzocht om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Een verzekeringsarts van het Uwv heeft na onderzoek van appellante geconcludeerd dat appellante als gevolg van bekkeninstabiliteit fysieke beperkingen heeft. De verzekeringsarts heeft de mogelijkheden en beperkingen van appellante neergelegd in een FML van 22 mei 2019. Een arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat appellante niet meer geschikt is voor het laatstelijk verrichte werk, vervolgens vijf functies geselecteerd en op basis van de drie functies met de hoogste lonen de mate van arbeidsongeschiktheid berekend op nihil. Bij besluit van 16 juli 2019 heeft het Uwv geweigerd aan appellante met ingang van 27 juli 2019 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij met ingang van die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is.