ECLI:NL:CRVB:2024:390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant, voormalig customer service medewerker, vroeg een WIA-uitkering aan na toegenomen klachten aan zijn rechterarm per 25 juni 2021. Het Uwv weigerde deze uitkering omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na 15 april 2020. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in, maar zowel het Uwv als de rechtbank verklaarden het beroep ongegrond op basis van zorgvuldig medisch onderzoek, waaronder een neurologisch rapport.
In hoger beroep betwist appellant de juistheid van de medische beoordeling en overlegt een rapport van een medisch adviseur en verzekeringsarts Özkan. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat dit rapport geen nieuwe objectieve medische gegevens bevat en dat de eerdere medische beoordelingen zorgvuldig en gemotiveerd zijn uitgevoerd. De Raad volgt de rechtbank en het Uwv in hun standpunt dat er geen toegenomen beperkingen zijn.
De Raad bevestigt daarom het besluit van het Uwv en de uitspraak van de rechtbank, waardoor appellant geen WIA-uitkering krijgt toegekend. Tevens krijgt appellant geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.