ECLI:NL:CRVB:2024:336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 72% door UWV
Appellante was sinds september 2019 ziekgemeld met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat zij 72% arbeidsongeschikt is en selecteerde passende functies. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar medische beperkingen groter zijn dan aangenomen en dat zij hulpbehoevend is, met onvoldoende uitzicht op verbetering. De Centrale Raad van Beroep volgde dit niet en oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was, met een gedegen motivering van beperkingen en geschiktheid voor de geselecteerde functies.
De Raad benadrukte dat het ontbreken van verbetering pas relevant is voor een IVA-uitkering en dat de medische gegevens geen aanleiding geven tot twijfel aan het oordeel van de verzekeringsarts. Het hoger beroep werd verworpen, de toekenning van de WIA-uitkering en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 72% blijven gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 72% arbeidsongeschiktheid door het UWV en wijst het hoger beroep af.