ECLI:NL:CRVB:2024:296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij beëindiging Ziektewet-uitkering
Appellant ontving sinds maart 2017 een Ziektewet-uitkering die het UWV in december 2017 beëindigde omdat appellant geschikt zou zijn voor eigen werk. Appellant maakte bezwaar tegen deze beëindiging, maar dit werd in mei 2018 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In juni 2023 nam het UWV een nieuw besluit waarin werd vastgesteld dat appellant per december 2017 niet geschikt was voor eigen werk en dat de Ziektewet-uitkering ten onrechte was beëindigd. Dit nieuwe besluit verklaarde het bezwaar alsnog gegrond.
Appellant trok zijn hoger beroep niet in, maar de Raad oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, nu het nieuwe besluit volledig tegemoetkomt aan het hoger beroep. Appellant werd een proceskostenvergoeding toegekend, inclusief vergoeding voor griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.