ECLI:NL:CRVB:2024:291

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 februari 2024
Publicatiedatum
14 februari 2024
Zaaknummer
23/987 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar dit beroep ingetrokken nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan haar bezwaren tegemoet was gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan op verzoek van de indiener van het beroepschrift worden veroordeeld in de proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken vanwege tegemoetkoming.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek van appellante tot proceskostenvergoeding toegewezen. De proceskosten zijn begroot op € 3.249,-, bestaande uit kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. Daarnaast is het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 186,-.

De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier M.D.F. de Moor, en is uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2024.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van € 3.249,- aan proceskosten en € 186,- aan griffierecht aan appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 14 februari 2024
23/987 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 februari 2023, 22/2043 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.A.J. van Putten, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vastgesteld wordt dat appellante het hoger beroep heeft ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 12 juli 2023 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 624,- in bezwaar (1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting), op € 1.750,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 875,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift) voor verleende rechtsbijstand. In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 3.249,-.
Ook dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.249,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2024.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) M.D.F. de Moor