Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Besluit proceskosten bestuursrecht een veroordeling in de kosten alleen betrekking kan hebben op reiskosten van een partij (of een belanghebbende).
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 25 juli 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het volledig aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven omdat het beroep was ingetrokken op grond van volledige tegemoetkoming. Op basis van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante in beroep en hoger beroep had gemaakt.
De proceskosten werden begroot op € 2.625,- aan rechtsbijstandskosten en daarnaast werd het UWV verplicht het betaalde griffierecht van € 185,- te vergoeden. Reiskosten van appellante en haar gemachtigde werden niet vergoed omdat appellante niet bij de zitting aanwezig was en reiskosten van gemachtigden niet voor vergoeding in aanmerking komen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 14 februari 2024 en betreft een proceskostenveroordeling na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming door het bestuursorgaan.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van € 2.625,- aan proceskosten en € 185,- aan griffierecht aan appellante.