ECLI:NL:CRVB:2024:283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering na een auto-ongeluk en lichamelijke klachten, waarbij het UWV concludeerde dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen uitkering toekende. In bezwaar en beroep werden medische onderzoeken uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellant functioneel belastbaar bleef en de geselecteerde functies kon vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant niet zodanig waren dat een uitkering gerechtvaardigd was. Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onvoldoende was en dat hij meer beperkingen had, onderbouwd met een rapport van een bedrijfsarts.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de medische informatie van appellant onvoldoende aanleiding gaf om terug te komen op de eerdere beoordeling. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de beperkingen en belastbaarheid overtuigend gemotiveerd, en de Raad vond geen reden om de geselecteerde functies ongeschikt te achten.
Het hoger beroep is verworpen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het besluit van het UWV gehandhaafd. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.