ECLI:NL:CRVB:2024:262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op uitkeringsadres
Appellant stond ingeschreven op een adres waar hij bijstand ontving, maar het college stelde na onderzoek vast dat hij zijn hoofdverblijf niet op dat adres had. Een handhavingsspecialist voerde dossieronderzoek uit, hoorde appellant en bracht een huisbezoek aan het uitkeringsadres.
Op basis van het onderzoek concludeerde het college dat appellant geen eigen kamer had, vrijwel geen persoonlijke spullen op het adres aanwezig waren en dat hij zijn dagelijkse leven voornamelijk elders voerde, zoals bij zijn ouders in een andere woonplaats. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van een bedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellant zijn hoofdverblijf niet op het uitkeringsadres had, waardoor de intrekking en terugvordering rechtmatig waren.
Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd omdat appellant zijn hoofdverblijf niet op het uitkeringsadres had.