ECLI:NL:CRVB:2024:2452
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens vermogen uit verkoop woning ondanks betwiste schuld
Appellante diende een aanvraag om bijstand in, welke door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem werd afgewezen op grond van het beschikken over een vermogen boven de vermogensgrens. Dit vermogen bestond uit de opbrengst van de verkoop van een woning die zij samen met haar ex-partner bezat.
Appellante stelde dat zij een schuld had aan de vader van haar ex-partner die in mindering gebracht moest worden op het vermogen, en dat haar aandeel in de verkoopopbrengst slechts 40% bedroeg in plaats van 50%. Zij voerde ook aan dat zij vóór de aanvraag nog uitgaven had gedaan die het vermogen verder zouden verlagen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat zelfs rekening houdend met de gestelde schuld en een lager aandeel in de opbrengst, het resterende vermogen nog steeds boven de vermogensgrens lag. De aanvullende schuld aan de vader van de ex-partner was niet voldoende onderbouwd en kon niet worden meegenomen. De afwijzing van de bijstandsaanvraag bleef daarmee in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand blijft in stand omdat het vermogen boven de vermogensgrens ligt.